Wij Nederlanders spreken onze talen. Tenminste dat vinden veel mensen in het buitenland. Wij passen ons graag aan als we zelf op reis gaan en ook als wij toeristen of bezoekers ontvangen.
Het viel mij bij een dagtochtjes naar Venlo, als jong meisje al op, dat veel winkels hun waren ook in het Duits aanprezen. We waren gewoon een dagje op pad in eigen land en we voelden ons helemaal ‘op vakantie’. Op alle producten en menukaarten stond bij alles 2 prijzen, dat was lang voordat we op de Euro overstapten.

Als je naar Spanje op vakantie gaat en daar echt met de Spaanse bevolking gesprekjes wilt voeren, redt je je niet met de talen die we op de middelbare school leren.
Dan kan je naar Spaanse les gaan. Leer je woordjes en de grammaticale regels en oefen je op de uitspraak. Vol goede moed ga je de volgende zomer op vakantie.

Om er vervolgens onder de Spaanse zon achter te komen, dat de praktijk net even anders is. Je had verwacht korte gesprekjes met de locale bevolking te kunnen voeren. Maar dat valt erg tegen. De mensen bedoelen het allemaal vriendelijk, ze knikken naar je en glimlachen. Sommigen doen hun best om langzamer en duidelijker te spreken, maar zelfs dan herken je maar enkele woorden en lukt het je niet om een zinnige reactie te geven.

Zo moeilijk is een taal die je nog niet beheerst. Dat vraagt oefening en herhaling, en het blijven oefenen in de praktijk.

Zo, nu het overstapje naar de Hondentaal. Want ja, de hondentaal is voor ons ook een vreemde taal. Hondentaal is de taal die honden onderling en naar ons toe gebruiken. Het meeste van de hondentaal is lichaamstaal daarnaast maken honden verschillende geluiden waarmee ze ook communiceren.

Het leren van de hondentaal hoort bij het hebben van een hond.

Zie je jouw hond als de bezoeker die je graag welkom heet en waar je je best voor wilt doen? Dat begint ermee dat je zijn taal probeert te begrijpen.
De hondentaal is niet makkelijker dan Spaans of Zweeds of welke andere taal.

Wat het voor ons lastig maakt is, dat we honden niet kunnen vragen om langzamer ‘te praten’ zodat wij hun gesprek beter kunnen volgen. We zullen dus moeten leren om ‘snel te lezen’.
Daarnaast voeren wij onze gesprekken op ooghoogte en onze honden ook, alleen hun ooghoogte bevindt zich vaak ter hoogte van onze knieën. We missen dus veel van de communicatie tussen honden onderling, gewoon omdat we het niet waarnemen.

Dan heb ik nog niks gezegd over ‘wat’ honden allemaal communiceren. Want dan wordt taal pas interessant.
Welke interactie kan je veilig aan honden overlaten en wanneer moet je ingrijpen? Hoe kan je zien dat je hond iets heel spannend vindt? Wanneer heeft een hond steun of begeleiding nodig? Hoe zie je dat er sprake is van paniek?

Door je te verdiepen in de hondentaal ga je je eigen hond beter begrijpen en weet je welke andere honden jouw hond veilig kan ontmoeten en wanneer je bijvoorbeeld beter wat meer afstand kunt houden.

Wil je meer weten over mijn cursus Hondentaal? Kijk dan hier: https://decoachvoorjouenjehond.nl/hondentaal/

En… net zoals bij Spaanse les, leer je niet de hele taal in deze ene cursus. Het gaat om het leren zien en begrijpen wat je hond vertelt en dat leer je vooral door in de praktijk veel naar honden en hun interacties te blijven kijken.

1